Op het moment dat ik dit schrijf, is in Nederland de Week van de Klassieken van start gegaan. Het thema van de Week is migratie. Dankzij nieuwe technieken kunnen we steeds beter achterhalen waar de inwoners van de oudheid en hun voorwerpen precies vandaan kwamen. Wat blijkt? In de oudheid was men zeer mobiel; cultuur en identiteit waren bovendien geen vastomlijnde, afgebakende begrippen: er vond een levendige uitwisseling plaats. In Wahibre-em-achet en andere Grieken, het overzichtsboekje dat oudheidkundige en blogger Jona Lendering schreef voor deze themaweek, worden de huidige inzichten en onderzoekstechnieken op het gebied van oudheidkunde en migratie helder verwoord: lees hier het interview in de Volkskrant.

 

Dat religie, cultuur en identiteit in de oudheid voor ons als ‘buitenstaanders’ vaak lastig te bevatten zijn, is voor mij een belangrijke reden geweest om deze blog te beginnen. De Griekse en Latijnse cultuur beperkt zich niet tot Plato en Julius Caesar, maar behelst zoveel meer dan de huidige lesboeken en standaard literatuurlijsten voor ‘klassiek onderwijs’ (al een verouderd begrip op zichzelf) beschrijven. De wereld van toen was even groot als de wereld van nu. Er was bovendien geen internet, geen massaproductie of schijnbaar onuitputtelijke bronnen voor voedselvoorziening.  Het is naïef om te denken dat men genoegen kon nemen met eeuwenlang dezelfde akker of dat handelaren, veroveraars en avonturiers gebonden waren aan een regio. De meeste teksten die we over hebben uit de oudheid, afkomstig uit alle hoeken van de antieke wereld, worden nooit gelezen, nauwelijks bestudeerd of buiten de geijkte disciplines met elkaar vergeleken. Gelukkig kunnen deze teksten dankzij het internet, internationalisering en enthousiaste vertalers, nu hun weg vinden naar wie geïnteresseerd is. Een revolutie, net als DNA-techniek. Ook de wetenschap wordt mobiel.

 

Geïnspireerd door het migratiethema kwam ik deze week weer een mooie ‘internationale’ inscriptie tegen, die ik graag op dit platform wil delen. Het gaat om een grafstèle uit Gaza (Palaestina), waar tot ca. 200 v. Chr. Egyptische legioenen van de hellenistische farao’s gelegerd waren. De overledene, Charmadas, was afkomstig van het eiland Kreta. Nadat zijn geboortestad Anopolis door vijanden was belegerd (en deels verwoest), sloot Charmadas zich als huurling aan bij een Egyptisch huurlingenleger, een ‘vreemdelingenlegioen’ dat openstond voor alle nationaliteiten. Wellicht was dit rond 220 v. Chr., toen sommige steden op Kreta zich onttrokken aan de overheersende stadsstaten Knossos en Gortyn en er veel onrust was in dat gebied ( lees het artikel van P. Rousel over deze inscriptie).

 

Binnen het leger maakte Charmadas glansrijk carrière. Hij werd overladen met eer en rijkdom en gebruikte alle middelen die hij had om zijn geliefde stad Anopolis weer op te bouwen, zoals uit de inscriptie blijkt. Dit kan trouwens ook betekenen dat hij als militair naar het gebied werd uitgezonden: vanaf ca. 200 v. Chr. viel een aantal Kretenzische steden onder de Egyptische Ptolemaeën, die er een garnizoen vestigden en zich opstelden als bemiddelende heersers tussen de opstandige partijen en de gevestigde Kretenzische macht. Maar de vindplaats van deze grafinscriptie wijst erop, dat Charmadas zich blijvend in Hellenistisch Palaistina vestigde en hier een gezin stichtte.

 

Helaas kreeg Charmadas in zijn privéleven veel tegenslag te verduren. Zijn zoon stierf op twintigjarige leeftijd en ook zijn kleindochter, slechts zeven jaar, werd hem door een wreed lot ontnomen. Opvallend is de vermelding van de rouwende Machaios de Aitoliër in v. 7. Hij diende in hetzelfde legioen als Charmadas en was waarschijnlijk getrouwd met Charmadas’ dochter Archagathe.

 

Charmadas stierf aan de gevolgen van een ‘wild vuur’ (πῦρ ἄγριον). Dit kan een brand zijn, maar duidt volgens andere vertalers op een koortsaanval. Na vele omzwervingen bevond hij zich eindelijk op een vertrouwde weg: het pad naar de onderwereld, dat uiteindelijk door iedereen gedeeld wordt (v. 16), gidste Charmadas’ laatste reis.

Schermafbeelding 2019-04-09 om 12.38.02.png

Schermafbeelding 2019-04-09 om 14.07.33.png

 

Meer weten?

J. S. Bruss (2005), Hidden Presences, Monuments, gravesites and corpses in Greek Funerary Epigram, Leuven, Parijs, Dudley.

R. Merkelbach, J. Stauber (2002), Steinepigramme aus dem Griechischen Osten, band 4: die Südküste Kleinasiens, Syrien und Palaestina, München, Leipzig.

W. Peek (1955), Griechische Vers-inschriften, Berlijn.

P. Roussel (1933), ‘Epitaphe de Gaza commémorant deux officiers de la garnison ptolémaïque’ in Aegyptus 13, No. 1/2, pp. 145-151.

http://www.attalus.org/docs/seg/s08_269.html

https://epigraphy.packhum.org/text/319510