ddd.png

Een dure marmeren steen met daarop een grafschrift dat met het beroemde epitaaf van de dichter Vergilius moet concurreren…  Die Margarita (Parel) moet wel heel bijzonder geweest zijn. Ze was dan ook een hele lieve hond.

Gallia me genuit, nomen mihi divitis undae

concha dedit, formae nominis aptus honos.

docta per incertas audax discurrere silvas

collibus hirsutas atque agitare feras

non gravibus vinc(u)lis unquam consueta teneri

verbera nec niveo corpore saeva pati:

molli namque sinu domini dominaeque iacebam

et noram in strato lassa cubare toro.

et plus quam licuit muto canis ore loquebar

nulli latratus pertimuere meos.

sed iam fata subii partu iactata sinistro

quam nunc sub parvo marmore terra tegit.

Margarita.

Gallië heeft me voortgebracht, een schelp uit de rijke zee/ gaf mij mijn naam, een naam die past bij mijn uiterlijk./ Ik was niet bang uitgevallen; zodoende had ik geleerd om onbekende wouden te doorkruisen en in de heuvels op ruigbehaarde zwijnen te jagen./ Nooit hoefde ik zware ketens te dragen,/ evenmin werd mijn glanzend witte lijf ooit wreed geslagen met een zweep./ Ik was gewend op de zachte schoot mijn baas en bazin te liggen/ en als ik moe was, mocht ik slapen op een opgemaakt matras./ Ik sprak vaker dan was toegestaan met mijn zachte hondenklank:/ niemand was bang voor mijn geblaf./ Maar nu ben ik dood na een lijdensweg bij de geboorte van mijn pups./ Onder een kleine marmeren steen lig ik begraven./ Parel.

Meer weten?

Booms (2016), Latin Inscriptions (London) p. 92-93
F. Bücheler (1897), Anthologia Latina II, 1175
E. Courtney (1995), Musa Lapidaria. A selection of Latin verse inscriptions. (Atlanta), pp. 194-195 Nr. 202; p. 408
I. Frings (1998), ‘Mantua me genuit – Vergils Grabepigramm auf Stein und Pergament’ in: ZPE vol. 123, p. 93-96
H. Geist, (ed.) (1969) Römische Grabinschriften. Gesammelt und ins Deutsche, betreut von Gerhard Pfohl (München), p. 151 Nr. 400
A.E. Gordon (1947), ‘More rambles among Latin inscriptions’ in The Classical Journal, vol. 42, p. 495
M.G. Granino Cecere (1994), ‘Il sepolcro della catella Aeolis’ in ZPE vol. 100, p. 418, Anm. 39; Taf. XXIII b
A.B. Purdie (1935), Some Observations of Latin verse inscriptions (California) p. 109

Zie voor deze en meer grafopschriften voor honden:

The Master and Margarita

Advertenties